Workshop

‘Het woord maatwerk niet meer gebruiken’

Maatwerk leveren: scholen doen het misschien al vaker dan ze denken, zo blijkt tijdens een workshop waarin schoolleiders hun ervaringen delen. Want hoe organiseer je maatwerk en wat vraagt het van schoolleiders?

Maatwerk is een begrip waar verwarring over kan ontstaan, zegt Iris Kummeling tijdens haar inleiding. Kummeling is programmaleider Maatwerk bij de VO-raad. Maatwerk is volgens haar een parapluterm, waar van alles onder valt: van formatief evalueren tot flexibilisering van het onderwijs en het werken met plusdocumenten. "Het zijn allemaal manieren om recht te doen aan de verschillen tussen leerlingen." 

Kummeling vertelt over de ontwikkeling die maatwerk in het voortgezet onderwijs doorliep, sinds er drie jaar geleden tijdens het VO-congres voor het eerst over het maatwerkdiploma werd gesproken. Slechts 1 van de 5 geplande maatregelen is nog niet van kracht: een experiment voor toelating tot het vervolgonderwijs voor eenzijdig cognitief begaafden. "Maar daarover worden volop gesprekken gevoerd", zegt Kummeling. 

Wel is het inmiddels mogelijk om te herkansen op het oorspronkelijke niveau en om hogere vakken op het diploma te vermelden. Ook is er maatwerk in het toezicht op de scholen.

Recht op maatwerk
Daarnaast werd de pilot Recht op maatwerk gelanceerd. Aan deze pilot doen dertig scholen mee: 6 werken er vraaggestuurd, 24 aanbodgestuurd. Twee van die scholen delen vandaag hun ervaringen. 

Carolien Hueting is conrector Spinoza Lyceum, daar werd in 2016 zelfs een hele nieuwe vestiging gestart waar enkel maatwerk wordt geleverd: Spinoza20first. "Daar doorlopen leerlingen elk op hun eigen manier de school. Ze zitten niet in een klas, hebben geen rooster, volgen geen vakken."

Niet dat het nodig is om meteen een nieuwe school te starten, zegt ze. "Ga eerst maar eens bij een school kijken waar ze het helemaal anders doen, waar je denkt dat je voldoende voeding krijgt om buiten je eigen kaders te kijken." 

Hueting is vanuit de VO-raad peerbegeleider voor andere aan de pilot deelnemende scholen. "Ook met deze groep kijken we veel bij elkaar. Dat werkt. De scholen ontdekken daardoor dat ze al veel meer aan maatwerk doen dan ze denken. Kinderen via een andere route examen laten doen is ook maatwerk, een stage op een andere manier invullen ook. Misschien moeten we het woord maatwerk helemaal niet meer noemen." 

Laat het rooster los
Ze heeft nog een tip: laat het rooster los. "Dan kun je veel makkelijker organiseren dat leerlingen een vak versneld doen. Dat vraagt iets van leraren, maar het levert ook iets op. Collega’s van mavo en havo hebben nu veel meer contact met elkaar, omdat ze moeten afspreken wat ze moeten doen." 

"Hoe zorg je voor sociale verbondenheid als je het rooster loslaat? Wij zijn bang dat leerlingen dan niet meer de veiligheid van een eigen klas ervaren", zegt een collega-schoolleider. Hueting: "Wij hebben het zo georganiseerd dat ze een stamgroep hebben die ze een paar keer per dag zien, ze vliegen uit en komen weer samen. Vooral met die jonge eersteklassertjes is dat inderdaad belangrijk."

Excellent in maatwerk
Maaike Morsink is locatiedirecteur van het Twents Carmel College in Denekamp. Ook haar school doet mee aan de pilot. "Toen ik anderhalf jaar geleden binnenkwam zag ik dat er al heel veel mooie dingen gebeurden, maar dat die niet werden gedeeld." Dat doet de school nu wel, onder meer met het filmpje Excellent in maatwerk dat Morsink laat zien. 

De school startte met maatwerk in het vak Engels. "Onze leerlingen komen van negen verschillende basisscholen. Op twee van die basisscholen is er een native speaker als docent Engels, op andere scholen krijgen leerlingen alleen in groep 8 Engels: het niveauverschil is dus erg groot. Nu kiezen leerlingen zelf op welk niveau ze starten en of ze bijvoorbeeld meer doen op een hoger niveau of juist minder tijd aan Engels besteden en meer aan een vak waar ze wat minder ver mee zijn." 

Positieve introductie
De sleutel tot succes op het Carmel College is dat alle niveaus een positieve introductie krijgen, er is dus geen mindere groep. ICT en Learning Analytics zijn van groot belang, zegt Morsink. "De meeste stof wordt gemaakt op de iPad, die geeft ook directe feedback over waar leerlingen staan." Ook het tegemoetkomen aan de autonomie van de leerlingen is een succesfactor, en dat de samenstelling van de groepen flexibel is. "Verschuivingen zijn altijd mogelijk." 

"Zo’n systeem vraagt om een andere rol van de mentor en de docent", merkt iemand op. "Dat klopt", zegt Morsink. "Ik probeer ze als schoolleider vooral met elkaar in contact te brengen. Voorheen was er een sfeer van ‘ik ben koning in mijn eigen klas’, nu ontstaat er veel meer een flow van ‘we gaan dingen met elkaar doen’. Wij hebben heel veel vergaderingen geschrapt, dat zijn nu werkmiddagen. Ik vind het mooi om te zien dat docenten van verschillende afdelingen daar met elkaar in gesprek gaan." 

Van de aanwezigen vindt het grootste deel zichzelf ‘gemiddeld’ als het gaat om het leveren van maatwerk. Dat blijkt als Kummeling de aanwezigen vraagt op te staan en zichzelf op een denkbeeldige lijn te plaatsen. Ze vraagt aan een van de schoolleiders wat haar naar deze workshop bracht. "Ik was op zoek naar inspiratie. Ik ben blij om te horen dat we een heel aantal dingen doen die ik eigenlijk niet heel spectaculair vond, maar waarvan ik nu toch het gevoel heb dat we lekker bezig zijn."

 

Mirjam Streefkerk
Voeg toe aan selectie