Plenaire opening

In de versnelling

Waar staat het onderwijs en waar bewegen we naartoe? Tijdens de plenaire opening richt Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, zijn pijlen op de toekomst.

Tijdens de wervelende openingsdans op het hoofdpodium komt alles samen: samenwerking, souplesse, creativiteit. Ze stijgen boven zichzelf uit, deze leerlingen van het Zuiderlicht en winnaars van The Battlez, en geven het tempo aan voor de rest van de dag. “Dit is een perfect begin van ons thema ‘In de versnelling’,” zegt dagvoorzitter Aldith Hunkar die het woord geeft aan Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad. 

“Onze sector is volop in beweging,” zegt Rosenmöller tijdens deze plenaire opening in de Grand Hall. ‘Maar soms gaan veranderingen iets te snel. Onlangs hoorde ik het verhaal van een directeur die de vaste tijden van de schoolpauzes veranderde én de bel afschafte. Een leraar uit zijn team reageerde toen: “Dat zijn wel héél veel innovaties tegelijk”. Het is maar een illustratie van het conflict tussen onderwijsvernieuwing en de traditionele cultuur. “We kunnen praten wat we willen over 21e eeuwse vaardigheden, maar vanaf volgend jaar zijn alle leerlingen in 21e eeuw geboren en stammen alle docenten uit de vorige eeuw.” Rosenmöller verbetert zich door te zeggen: “Dat zegt uiteraard niets over uw geestesgesteldheid, u bent natuurlijk jong van geest.”

Favoriete hangplek
Wat zegt het dan wel? Dat de VO-raad zich onder meer bezighoudt met de vraag over hoe het voorgezet onderwijs er in de toekomst moet uitzien. Want hoe bied je goed en eigentijds onderwijs? Rosenmöller: “Als sectorraad hebben wij tijdens de VO-Tour honderden schoolleiders en bestuursleden gesproken over de vraag hoe we dat eigentijdse onderwijs moeten vormgeven. Hoe maak je het onderwijs inspirerend, uitnodigend of, zoals een leraar zei ‘Een favoriete hangplek voor jongeren?’” Scholen spelen daarin een belangrijke rol, maar ze zijn tegelijkertijd afhankelijk van partners, medezeggenschapsraden, de lokale politiek.”

Sommige vernieuwingen vergen meer tijd maar als het eenmaal zover dan is daar wel direct euforie. Rosenmöller heeft het over de rekentoets. Het feit dat de rekentoets niet meer meetelt voor het behalen van het diploma mag op een zucht van verlichting uit het publiek rekenen. Een applaus klinkt wanneer hij een klemmend beroep doet op het kabinet om met de huidige economische groei vooral ook te investeren in de zogenaamde ‘ontwikkeltijd’ voor leraren; uren waarin leraren zich kunnen verbreden en verdiepen in hun vak. “Maar ons huidige verlangen naar economische doelmatigheid staat deze verdieping nog weleens in de weg” zegt hij.

Maar examinering zou het onderwijs moeten vólgen in plaats van sturen.

Examenstress
Eén van die hoofddoelen is het examen. “Maar examinering zou het onderwijs moeten vólgen in plaats van sturen,” zegt Rosenmöller. “Alles is gericht op behalen van een diploma, maar minder gericht op een overstap in vervolgonderwijs: de uitval is nog veel te hoog, en met de keten waar de leerling doorheen loopt gaat veel kostbare tijd verloren.”

Volgens Rosenmöller is het examen verworden tot een afsluiting van het onderwijs dan als een logische stap naar vervolgonderwijs. “Dat kan en moét beter,” benadrukt hij. “Waarom moet een leerling die zakt dat jaar daarna alle vakken opnieuw doen? Je zou vakken modulair kunnen volgen, en behaalde vakken moeten geldig blijven. Wij willen meer flexibiliteit en de druk op uitpuilende gymzalen verbeteren.” Volgens hem richten examens zich in deze tijd vooral op cognitie terwijl creativiteit, analytisch denken en doorzettingsvermogen juist de kans op maatschappelijk succes vergroten. Toch komen die laatste kwaliteiten van leerlingen minder aan bod. Rosenmöller: “Cognitie is makkelijker meetbaar, maar een brede vorming moet daardoor niet achterwege blijven. Het is in het belang van álle leerlingen.”

Samenwerking tussen scholen
Eigentijds onderwijs vraagt om een eigentijdse organisatie. Maar in de komende jaren neemt het aantal leerlingen met twaalf procent af. Toch geldt nog altijd de regel: des te meer leerlingen, des te meer geld. “Concurrentie moet daarom plaatsmaken voor samenwerking,” zegt Rosenmöller. “En dat betekent dat in de regio scholen elkaar moeten kunnen vinden. Met de rug naar elkaar toe staan is niet langer houdbaar. Je moet het maatschappelijk krediet verdienen!”

Met de rug naar elkaar toe staan is niet langer houdbaar. Je moet het maatschappelijk krediet verdienen!

Want de samenleving verandert in hoog tempo, en dat heeft gevolgen voor het onderwijs. Het gaat om een afnemend aantal leerlingen en het opereren met een nieuwe technologie. Rosenmöller gaat er vanzelfsprekend vanuit dat dit kansen biedt: “Een optimistische blik draagt bij aan betere imago van het vak. Er zijn veel leraren die barsten van passie, die moeten we steunen. Ons onderwijs is volop in beweging en we moeten reorganiseren en vernieuwen. Voor u is het de uitdaging die beweging aan te voeren op weg naar zichtbare resultaten.

Renske Jonkman
Voeg toe aan selectie