Werksessie 2

Docenten helpen en docenten opleiden

Na de walking lunch -vol broodjes kaas, glazen verse jus, oude bekenden en nieuwe contacten- is het tijd om het brein weer even te resetten zodat er genoeg ruimte is voor een tweede workshopronde. De schrijvers van Livemagazines liepen weer van hot naar her.

Een positieve rode kaart

De workshop met wellicht de gekste titel is ‘Share your Selfie’, een bijeenkomst waarvoor de deelnemers ook écht een selfie moesten opsturen. Een selfie met daarop het centrum van de school. Veel foto’s van moeilijk kijkende schoolleiders die de helft van de aula ook op de kiek willen krijgen: ‘Toen ik ’m verstuurde realiseerde ik me dat ik wel iets vrolijker had kunnen kijken’

Het is het startsein voor een voorstelrondje, zodat iedereen van elkaar weet op wat voor school degene werkt.

Want dat is belangrijk voor de opdracht: help elkaar bij de problemen die leven op jullie scholen. In groepjes van drie buigt men zich over kwesties die voor de schoolleider in kwestie soms onoplosbaar lijken, maar waar de frisse blik van een buitenstaander hele nieuwe inzichten kan geven. Zo vindt Ans het moeilijk om haar docenten de balans te laten behouden in de aandacht die ze aan hun leerlingen kunnen geven. Een hele mond vol, maar haar groepsgenoten snappen het. Ze mogen Ans vragen stellen en vervolgens moet zij zich omdraaien, zodat ze privé een oplossing voor haar kunnen verzinnen. Haar groepsgenote komt met een tip: “Bij ons op school werkt het heel goed dat leraren en leerlingen een rode kaart in kunnen zetten. Als de leerling zijn rode kaart inzet, betekent dit dat hij even met rust gelaten wil worden. Je bent soms geneigd om kinderen met bijvoorbeeld autisme extra aandacht te geven, maar soms willen ze dat helemaal niet.”

Een tip waar Ans écht iets mee kan.

Observeren en coachen

Is de kwaliteit van opleiden hoger in school die daarvoor subsidie krijgt, dan in een school waar men geen bijdrage krijgt? Dat is de vraag die centraal staat bij de workshop ‘Effectiviteit van opleiden in de school’. Aan de Rijksuniversiteit Groningen wordt daar onderzoek naar gedaan, en enkele uitkomsten werden in een wagon met ons gedeeld. Wat blijkt? Het verschil tussen docenten van een niet-erkende school en die van een erkende school is helemaal niet zo groot. Interessanter is hoe het de afgestudeerde docenten vergaat. Daar blijkt dat de groei in hun eerste afgestudeerde jaar het grootst is. Niet verwonderlijk, want dan brengen ze alles in de praktijk wat ze in die jaren hebben geleerd. Maar de groei stagneert een beetje in het tweede jaar. Hoe laat je de docenten dan ook nog groeien? Door ze intensief te observeren en te coachen, en door ze een persoonlijk opleidingsplan te laten schrijven. Zo leren ze nog door, terwijl hun studie er al op zit. Zodat ze betere en gelukkigere docenten worden. “Want als je ordeproblemen hebt en niet goed kunt uitleggen, dan kom je elke dag doodmoe thuis. Dat leer je snel af”, zo stelt workshopleider professor doctor Wim van der Grift.

Nynke de Jong
Voeg toe aan selectie