Workshop

Langs de grenzen van het onderwijs

Wat is de rol van de schoolleider in het beïnvloeden van de mindset van het onderwijs? Over deze stelling gaan meerdere schoolleiders met elkaar in gesprek tijdens een interactieve workshop.

"Waar zijn we mee bezig? Waar moéten we mee bezig zijn?" vraagt Jan Fasen (directievoorzitter Mundium College Roermond) aan het begin van de interactieve werksessie. Tijdens de workshop ‘De rol van de schoolleider in het beïnvloeden van de mindset van het onderwijs’ gaat het vooral om een originele blik op de toekomst. Hoe je bekende en vertrouwde paden van het onderwijs verlaat en waar een nieuwe manier van denken vorm krijgt. Het is Fasen die vertelt over zijn eigen rol als schoolleider en specifiek over Agora: een experiment waar leerlingen en leraren elkaar volledig loslaten en juist daardoor mooie dingen ontstaan.

Leren begint bij verwondering en het stellen van vragen.

De rafelranden
"Elk kind kan en wíl leren", zegt Fasen. "Leren begint bij verwondering en het stellen van vragen. Op Agora gebeuren magnifieke dingen, juist omdat de leerlingen hier alle vrijheid krijgen. We zoeken de rafelranden op. Niet een boek van begin tot het einde doorwerken is voor ons het belangrijkste, maar persoonlijke ontwikkeling. Hoe maak je je informatie eigen op een persoonlijke manier? Dat levert vooral bij de leraren een detoxificatieperiode op", lacht Fasen.

Het is één aansprekend voorbeeld van wat mogelijk is aan vernieuwingen door met een andere blik te kijken naar ons vertrouwde onderwijssysteem. Tijdens de interactieve sessie die op deze introductie volgt, wordt dieper ingegaan op stellingen die dergelijke veranderingen in het onderwijs moeten bewerkstelligen. Zoals de stelling van Tol Swinkels: "Van summatief naar formatief toetsen! Hoe dicht je de kloof tussen koplopers en achterblijvers?"


 

Einde van het cijfer
Daarop verspreiden de deelnemers zich in kleine groepjes om met elkaar over de stellingen in gesprek te gaan. In tien minuten wordt kort en bondig het dilemma besproken en naar antwoorden gezocht. Daarna blijven twee mensen zitten en schuift de rest een tafel op. Tol Swinkels verduidelijkt aan één van deze tafels zijn stelling. "In plaats van aan het einde één toets (formatief) zijn er bij de summatieve toetsen meerdere momenten waarop je naar de vorderingen van de leerlingen kijkt. We willen niet meer dat een cijfer ontbindend is."

“Hoe reageren de leerlingen op de summatieve toetsen?”, wil een deelnemer weten. “Vooral in 5 vwo zijn interessante stappen gemaakt”, zegt Swinkels. “Hoewel een deel van leerlingen zegt ‘doe het niet’ zijn het vooral de ambitieuze leerlingen die wel wat zien in de summatieve toetsen.’ Swinkels voegt daaraan toe: “Wat we zien is dat een aantal leraren het geweldig vindt. Maar de Inspectie kijkt vooral naar de cijfers. Daar moet je een oplossing voor zien te vinden.”
 

Keuzes maken
Aan een andere tafel wordt gesproken over de stelling ‘De school heeft uitstekende resultaten maar er moet geïnnoveerd worden wegens krimp. Hoe pakken we die uitdaging aan?’ Een vrouw die de stelling verklaart, vraagt zich vooral af: “Wat is je visie? Waar zijn we goed in?” Een andere deelnemer sluit zich bij haar aan: “Wij zitten in een vergelijkbare situatie met krimp. Kinderen kunnen veel kiezen. Wil je dat aanbod in stand houden dan moet je een slimme oplossing maken.’

Keuzes maken. Slimmer organiseren. Het zijn termen die regelmatig voorbij komen tijdens de verschillende discussies. De vrouw zegt: “Het begint met visie, dat wordt nog weleens vergeten.” Daarop volgt instemmend geknik. "Een financieel probleem moet je niet per se in onderwijskundige oplossingen zoeken", zegt iemand anders. ‘Het is misschien lastig, maar je moet vooral ten diepste bedenken waar je voor stáát.”

Voeg toe aan selectie