Workshop

Op reis in de gedachtewereld van de ander

Moet opvoeden tegenwoordig alleen maar gezellig zijn? Of is er nog ruimte voor frictie en strijd? Micha de Winter vraagt het zich af in zijn filosofisch getinte workshop.

Op de helft van de workshop 'De schoolleider als artistiek directeur' benoemt Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de universiteit Utrecht, het nog maar eens. “Als opvoeders en onderwijzers hebben wij de taak gekregen om de andere kant te laten zien, om tegen bestaande denkbeelden aan te schuren. We komen uit de periode van onderhandelingsopvoeding: het idee dat je vrienden van je kinderen moet zijn, gelijkgestemden. Maar opvoeden gaat soms gepaard met pijn. Enerzijds gaat het over het geven van vrijheid, over autonomie, maar tegelijkertijd moet je grenzen stellen.”

Als opvoeders en onderwijzers hebben wij de taak gekregen om de andere kant te laten zien, om tegen bestaande denkbeelden aan te schuren.

Tijdens zijn workshop komen de namen van grote filosofen soepel voorbij: Hannah Arendt, Martha Nussbaum of de dwarse pedagoge Lea Dasberg. “Ik weet dat dit een workshop is”, verontschuldigt De Winter zich, “dus onderbreek me alsjeblieft bij vragen, dan wordt het misschien nog een beetje interactief.” Maar hij praat zo graag, geeft hij ruiterlijk toe, en bovendien is zijn verhaal zo interessant dat de ‘deelnemers’ liever aandachtig luisteren.

Verbeeldingskracht
Wat is de belangrijkste taak van het huidige onderwijs? Waarom is het zo belangrijk op te gaan in de gedachtewereld van de ander? Het zijn slechts een aantal van de vragen die De Winter zichzelf hardop stelt. Volgens hem gaat onderwijs over creativiteit, over het vertalen voor het kind wat zich in de wereld afspeelt. Als onderwijzer moet je over een zekere verbeeldingskracht beschikken.

De Winter: “We zijn heel erg bezig met de zakelijke kant in het onderwijs. Maar ik maak me zorgen over die verzakelijking. Die verbeeldingskracht, wat gebeurt er in het hoofd van een kind, dat vereist een ánder soort aandacht.” Hij citeert Hannah Arendt: “We moeten kinderen helpen op reis te gaan in de gedachtewereld van de ander.”

Kun je je voorbereiden op de passies en emoties waarmee dit gepaard gaat?

Aanslagen in Parijs
Kritische en ongemakkelijke vragen stellen, kinderen doen dat niet altijd vanzelf. Als je ze hun gang laat gaan dan zoeken ze gelijkgestemden op. Iedereen heeft de neiging tot bonding. Maar we leven een samenleving die gekenmerkt door diversiteit, merkt De Winter op. De aanslagen in Parijs en Brussel, het zijn zaken die óók door de hoofden van onze kinderen spoken, ook al zijn ze nauwelijks acht jaar oud.

De Winter heeft heftige discussies tussen leerlingen (en leraren) meegemaakt. Vooral in gemengde klassen ontstond veel polariteit. Kinderen die zeiden dat de profeet niet beledigd mocht worden, dat ze ook naar een wapen zouden grijpen. Leraren die huilend de klas uitliepen. “Kun je je voorbereiden op de passies en emoties waarmee dit gepaard gaat?”

Opvoeders zijn er om verder te kijken dan je neus lang is. Dat betekent per definitie strijd.

Opvoeden is strijd
Uiteindelijk gaat het om tegengas geven, om te blijven ópvoeden, om kritische vragen te blijven stellen. “Opvoeders zijn er om verder te kijken dan je neus lang is. Dat betekent per definitie strijd. Maar wij houden niet van strijd in deze tijd. Toch heb je die schuring nodig. Tegenkracht is noodzakelijk. We zijn iets te ver doorgeschoten in het kindvriendelijk zijn.”

Iemand uit de zaal steekt voorzichtig zijn hand op: “Het wordt vaak als disfunctioneren van docent ervaren wanneer er wrijving is.” Maar De Winter is ervan overtuigd dat van een goede docent wordt vereist dat hij weerstand biedt. Hoewel ouders van een kind dat soms als vervelend kunnen ervaren. Maar pedagogiek gaat erom met elkaar in gesprek te blijven. Bovendien: we hebben kinderen nodig om die wereld van de toekomst vorm te geven.” 

Voeg toe aan selectie